Digitale Ausgabe

Download
TEI-XML (Ansicht)
Text (Ansicht)
Text normalisiert (Ansicht)
Ansicht
Textgröße
Originalzeilenfall ein/aus
Zeichen original/normiert
Zitierempfehlung

Alexander von Humboldt: „Copie van een Brief, geschreven van Cumana, den 16den October 1800 (24 Vendem. an 9.)“, in: ders., Sämtliche Schriften digital, herausgegeben von Oliver Lubrich und Thomas Nehrlich, Universität Bern 2021. URL: <https://humboldt.unibe.ch/text/1801-Extrait_d_une_lettre_de_M_Humboldt_au_C-04-neu> [abgerufen am 05.02.2023].

URL und Versionierung
Permalink:
https://humboldt.unibe.ch/text/1801-Extrait_d_une_lettre_de_M_Humboldt_au_C-04-neu
Die Versionsgeschichte zu diesem Text finden Sie auf github.
Titel Copie van een Brief, geschreven van Cumana, den 16den October 1800 (24 Vendem. an 9.)
Jahr 1801
Ort Haarlem
Nachweis
in: Algemene Konst- en Letter-Bode, voor het Jaar 1801 2:31 (31. Juli 1801), S. 66–72.
Sprache Niederländisch
Schriftart Antiqua
Identifikation
Textnummer Druckausgabe: II.10
Dateiname: 1801-Extrait_d_une_lettre_de_M_Humboldt_au_C-04-neu
Statistiken
Seitenanzahl: 7
Zeichenanzahl: 15741

Weitere Fassungen
Extrait d’une lettre de M. Humboldt, au C. Fourcroy (Paris, 1801, Französisch)
Copie d’une lettre écrite de Cumana, le 16 octobre 1800 (24 vendemiaire an 9). Humboldt au citoyen Fourcroy, membre de l’institut national (Paris, 1801, Französisch)
Letter from C. Humboldt to C. Fourcroy, Member of the French National Institute (London, 1801, Englisch)
Copie van een Brief, geschreven van Cumana, den 16den October 1800 (24 Vendem. an 9.) (Haarlem, 1801, Niederländisch)
Copie d’une lettre écrite de Cumana, le 16 Octobre 1800 (24 Vendémiaire an 9) (Brüssel, 1801, Französisch)
Copia de una carta de Cumaná del 24 Vendimiario, año 8º̣ (16 de Octubre de 1800), inserta en el Monitor ó Gazeta nacional de Francia del 7 Prairial, año 9º̣ (27 de Mayo de 1801); traducida en el Real Estudio de Mineralogía por D. Vicente Gonzalez del Reguero. Humboldt al ciud. Fourcroy, miembro del Instituto nacional (Madrid, 1801, Spanisch)
Extrait d’une lettre de M. Humboldt, au C. Fourcroy (Paris, 1801, Französisch)
Auszug aus einem Briefe des Hrn. v. Humboldt an Hrn. Fourcroy (Weimar, 1802, Deutsch)
Выписка изъ письма Гумбольда къ Г-ну Фуркруа. Изъ Куманы отъ 16 го Октября 1800 го года [Vypiska iz pisʹma Gumbolʹda k G-nu Furkrua. Iz Kumany ot 16 go Oktjabra 1800 go goda] (Sankt Petersburg, 1803, Russisch)
Выписка изъ письма Гумбольда къ Г-ну Фуркруа. Изъ Куманы отъ 16 Октября 1800 года [Vypiska iz pisʹma Gumbolʹda k G-nu Furkrua. Iz Kumany ot 16 Oktjabra 1800 goda] (Sankt Petersburg, 1806, Russisch)
|66|

Copie van een Brief, geſchreven van Cumana, den 16den October 1800 (24 Vendem. an. 9.)

HUMBOLD aan den Burger FOURCROY, Lid van hetNationaal Instituut.

Het nemen van Curaçao, door de Engelſchen en Amerika-nen, heeft den Agent der Republiek, de Br. Bresſot en denGeneraal Jeannet, genoodzaakt hunne troepen weder in teſchepen, om. zich op Guadeloupe te rug te trekken. Gebrekaan levensbehoeften dwongen hun de haven van Cumana in telopen, en ſchoon zy ’er niet langer dan 24 uren zullen ver-toeven, zal ik zien of ik enige voorwerpen kunne byeenzame- |67| len, die uwe aandacht zullen kunnen vestigen, en die langsdezen weg tot u zullen komen. Gy kent genoeg den aartmyner reize, de moeilykheden en de kosten, gehegt aan hettransport, midden door een uitgeſtrekt vast land, om te we-ten, dat myn oogmerk meer is denkbeelden, dan zaken, teverzamelen. Een Gezelſchap van Natuurkundigen, afgevaar-digd door een Governement, verzeld van Schilders, Pakkers,Verzamelaars ... kan en moet ieder byzonderheid van de be-ſchryfbare Natuurlyke Historie aanvatten. Een byzonder per-ſoon, die, met een matig fortuin, ene reis rondom de wae-reld onderneemt, moet zich bepalen tot voorwerpen van eengroter belang Den vorm van den Aardbol en de lagen, diehem zamenſtellen, te beſtuderen; den dampkring te ontleden(analyſes); zyne veerkragt, zyne temperatuur, vochtigheid,elektrieke en magnetiſche hoedanigheid, met de fynſte werk-tuigen te onderzoeken; den invloed van het klimaat op dedierlyke en groeijende huishouding waar te nemen; in hetgroot de Scheikunde van de Phyſiologie der georganiſeerdewezens te naderen; zie daar den arbeid, die ik my heb voor-geſteld. Maar, myn waarde Vriend ! zonder dit voornaamdoelwit myner reize uit het oog te verliezen, zult gy, gemak-lyk begrypen, dat met zeer goeden wil en een weinig werk-zaamheid, twee Menſchen, die een onbekend vast land door-trekken, ten zelfden tyde wel dingen kunnen verzamelen,wel byzondere waarnemingen kunnen doen. Sedert de zes Maanden, dat wy het vaste land van de kust,de Orenoque, de zwarte Rivier (Rio-nigro) en de Amazone,door reisd hebben, heeft de Burger Bonpland, met de dubbe-len, meer dan zesduizend planten gedroogd. Ik heb met hem,op de plaatſen zelve, de beſchryving van twaalf honderd ſoor-ten (especes) gemaakt, waar onder een groot gedeelte onstoegeſchenen hebben te zyn van geſlachten, niet door Au-blet, Jacquin, Mutis en Dombey, beſchreven. Wy hebbenInſecten, Schelpen en Verwhout verzameld; wy hebben Kro-kodillen, Zeekoeijen, Aapen, de Beef-Aal (gymnotus electri-cus) (welker vocht volkomen Galvanisch en niet Elektriek is)ontleedt, en vele Slangen, Hagedisſen en Visſchen beſchreven. Ik heb een aantal dezer voorwerpen getekend: — in ’t kortik durf my vleijen, dat, zo ik gezondigd heb, het meer isdoor onkunde, dan door gebrek aan werkzaamheid. Welk eengenot, myn waarde Vriend! te leven in het midden der ryk-dommen ener zo prachtige en verbazende Natuur! Zie daardan eindelyk het dierbaarſte en het vurigſte myner verlangensvervuld; in het midden van de dikke bosſchen der zwarte Ri-vier; omringd door Tygers en wrede Krokodillen; het lichaamgeplaagd door het ſteken van verſchriklyke Mosquitos en Mie-ren; in drie maanden geen ander voedſel hebbende dan Wa-ter, Bananen, Visch en Casſave-wortel; in het midden van deOtomaquiſche Indianen, die op het land of aan de boordenvan de Caliquiare (onder den Evenaar) leven, waar men op |68| honderd dertig mylen van den weg niet ene menschlyke zielontmoet; in alle deze belemmerende omſtandigheden, heb ikgeen berouw over myn ontwerp. Men heeft zomtyds zeerveel te lyden, doch het is maar voor een ogenblik. Toen ik uit Spanje vertrok, rekende ik onmiddelyk vandaar naar Mexico, van daar naar Péru, naar de PhilippynſcheEilanden, ... te zullen vertrekken. Een kwaadaartige koorts,die op ons Fregat uitbrak, noodzaakte my aan deze zyde van Zuid-Amerika te blyven, en de mogelykheid ziende, die ’erwas, om van hier naar het binnenſte door te dringen, onder-nam ik twee reizen, de een by de Zendelingen van de Chay-mas Indiaanen van Paria, en de ander op dit vaste land, gele-gen ten Noorden van de Amazone, tusſchen de Popayan ende Bergen van Fransch Guyane. Wy hebben twemalen 3 gro-te Cataracten van de Orénoque, die van Atures en Maypu-re overgetrokken (breedte 5° 12′ en 5° 39′ westlyke lengtevan Parys, 4 gr. 43′ en 4°, 41′, 40″.) Van den mond vanGuaviare en de Rivieren van Atabapo, Temi en Tuamini,heb ik myn ſchuitje te land doen overbrengen naar de zwarteRivier; wy volgden te voet naar de Bosſchen van Hevea,Cinchona, van Winterana Canella .... Ik zakte de Rio Ni-gro af tot aan Saint Carles (*), om de lengte te bepalendoor het Horologie van L. Berthoud, waaromtrent ik nogwel te vreden ben. Ik voer de Caſiquiare weder op, bewoonddoor de Ydapaminores, die niets eten dan in den rook ge-droogde Mieren. Ik drong door tot de oorſprongen van deOrénoque, tot aan de overzyde van den Volkan van Duida,of zo verre als de woestheid der Guaccas en Guaharibos In-dianen het toelieten, en kwam weder de gehele Orénoqueaf, door de kragt van haren vloed, tot aan de Hoofdſtad vanGuyane; 500 lieues (mylen), in 26 dagen, (daar van afge-trokken de dagen die ik my ophield.) Myne gezondheid wederſtondt de vermoeijenisſen van enentogt van meer dan 1300 mylen (lieues); maar myn arme reis-genoot, de Br. Bonpland, werdt het ſlachtoffer van zynenyver en zucht voor de Wetenſchappen. Hy heeft naar onzeterugkomst ene koorts gehad, vergezeld met gevaarlyke bra-kingen, waar van hy egter zeer ſpoedig genas. De Amazone wordt, ſedert 200 jaren, door Europeanenbewoond; maar aan de Orénoque en de zwarte Rivier, heb-ben de Europeanen, niet eer dan over 30 jaren, enige eta-blisſementen aan de overzyde der Cataracten durven maken.Zy, die aanwezig zyn, bevatten geen 1800 Indianen, van den8° tot aan den Equator, en men heeft ’er gene andere blanken,dan 6 a 7 Zendeling-Monnikken, die ons de reis zo gemak-lyk mogelyk gemaakt hebben.
(*) De fout in de breette (volgens de Kaart van d’Anville ) is meer dantwee graden; men was ’er nimmer met Astronomiſche Werktuigen geweest.
|69| Van de Hoofdſtad van Guyane (Saint Thomé 8°, 8′, 24″breedte, 4°, 25′, 2″ lengte) kruisten wy nogmaals de groteWoestyn door, die men Elanos noemde, bewoond door wildeStieren en Paarden. Ik ben bezig met het maken van eneKaart van het Land, dat wy doorreisd hebben. Ik heb hetgeluk gehad van 54 plaatſen te hebben aangetroffen, waar ikAstronomiſche waarnemingen gedaan heb. Ik heb te Carac-cas, te Cumana en te Tuy, een twaalftal Eclipſen van de Sa-telliten van Jupiter en de Eclips van de Zon van 6 Brumairehet 8ſte jaar waargenomen. Door deze middelen en de Chro-nometer, vleije ik my ene genoegzaam naauwkeurige Kaartin het licht te zullen geven. Van hier ſcheepten wy ons ein-delyk in naar de Havana, van waar wy naar Mexico vertrok-ken. Zie daar, waarde Vriend! het verſlag myner werkzaam-heden. Ik weet, dat gy, Chaptal, Vauquelin, Guyton, dat gy allen belang ſtelt in myn lot; en het is daarom dat ikhoop u niet te vervelen. Wy zyn hier byna zonder enige gemeenſchap met Europa.Ik heb dikwerf gepoogd u te ſchryven, gelyk ook aan onzevrienden, de BB. Vauquelin en Chaptal; ik heb u enigeproeven op de lucht en over den oorſprong der beſmettin-gen gezonden. Ik heb aan de Burgers Delambre en Lalan-de uittrekzels uit myne Astronomiſche waarnemingen gezon-den. Zou niets van dit alles tot u gekomen zyn? Door denConſul der Republiek, te St. Thomas, hebben wy u de melkvan enen boom gezonden, die de Indianen de Koe noemen,om dat zy ’er de melk van drinken, die in het geheel nietſchadelyk is, maar zeer voedende. Door middel van Salpeter-zuur (l’acide nitrique) heb ik ’er Caoutchouc (elastiſcheGom van Guénne) van gemaakt, en ik heb loogzout (ſoude)onder die gemengd, welke ik voor u geſchikt heb, alles vol-gens de grondbeginzels, die gy zelf hebt vastgeſteld. In de maand Nivoſe 8ſte jaar, hebben wy met de Corvet, el-Philippina, een party zaden gezonden, die wy voor dePlantenium van Parys verzameld hadden. Wy hebben verno-men, dat zy is aangekomen, en zy moet dus in handen vande Burgers Jusſieu en Thouin, door middel van den Ambas-ſadeur der Republiek, te Madrid, gekomen zyn. Met hetParlementairſchip, dat men hier van Guadeloupe verwacht,zal het Muſeum andere voorwerpen ontvangen; want hedenmoeten wy ons bepalen, om u enige voortbrengzels tot Che-miſche naſporingen aantebieden. Ik heb u getragt te bezorgen de Curare of het beruchtvergift der Indianen van de zwarte Rivier, in al zyn zuiver-heid; en opzetlyk ene reis gedaan naar de Enneralda, om deLiane te zien, die dat zap oplevert; (ongelukkig hebben wyhaar zonder bloemen gevonden); en om dat vergift te zienmaken door de Catarapeni en Maquiritanes Indianen. Ik zalop een anderen tyd (want de Agent dringt te ſterk om te |70| vertrekken) u daar van ene breedvoeriger beſchryving geven.Ik voeg hier alleen by, dat ik u de Curare in een blikkendoos (*) toezendt, benevens de takken van de plant Mara-cury, die het vergift oplevert. Deze Liane groeit enigzinsovervloedig tusſchen de Granietbergen van Guandja en Yuma-riquin, in de ſchaduw van de Théobromacacao en van de Ca-ryocar. Men ligt ’er het bovenſte van de ſchil af en maakt’er een koud trekſel van (men drukt eerst het zap uit; menlaat het water op den bovenſchil, die reeds half uitgedrukt is,blyven, tot dat men het aftrekſel filtreert). Het gefiltreerdevocht is geelachtig; men kookt het, en concentreerd het rotde dikte van Syroop. Deze ſtoffe bevat reeds het vergiſt zelf:maar niet dik genoeg zynde, om aan de pylen te ſmeren, ver-mengt men het met het hartsachtig zap van enen anderenboom, die de Indianen Kiracaguero noemen. Dit mengzelkookt men weder op nieuw, tot dat het een bruinachtigemasſa uitmaakt. Gy weet dat de Curare inwendig gebruiktwordt als een maagmiddel; zy is niet ſchadelyk, dan door hetaanraken van het bloed, dat zy desoxcideert. Het is maar ſe-dert weinige dagen, dat ik begonnen heb ’er op te werken,en ik heb gezien, dat zy de dampkringslucht decomponeert.Ik durf van u vergen om te beproeven, zo het de oxcide me-talen desoxcideert, of de proeven van de Fontaine wel geno-men zyn. Ik voeg by de Curare en de Maracury nog de Dapi-che, een ſchyfje van den Pindarus, nevens de aarde vande Otomaques. De Dapiche is een ſoort van elastike Gom,die u buiten twyffel onbekend is. Wy hebben hem ontdektop ene plaats, waar men geen Hevea’s (†) vindt, in de moe-rasſen van den berg van Javita (br. 2° 5′); moerasſen beruchtdoor de verſchrikkelyke ſlangen Boa, die zy voortbrengen. Wy vonden, by de Poimiſanos en Paragini Indianen, Mu-ziek-Inſtrumenten, gemaakt met den Caoutchouc, en de In-woners zeiden ons, dat zy die in de aarde vonden. De Da-piche of Zapir is waarlyk ene ſponsachtige, witte masſa, welkemen vindt onder de wortels van twee bomen, die ons van enenieuwe ſoort toeſchenen, en waar van wy eenmaal de beſchry-ving geven zullen, de Jacio en de Curvana. Het zap dezerbomen is ene zeer waterachtige melk; maar het blykt, dathet een hunner ziekten is, dat zy dit vocht door de wortelsverliezen; deze vochtlozing doet den boom ſterven; en demelk ſtremt op de vochtige aarde zonder aanraking van deopen lucht. Ik zend u den Dapiche zelf en een masſa Caout-chouc van den Dapiche (ſpreek het Dapitſche uit) gemaakt,alleen door bem bloot te ſtellen aan of te zetten op het vuur.
(*) Deze doos en verſcheiden der genoemde zaken zyn den Burger Four-eroy nog niet ter hand gekomen.(†) De boom, die de veerkragtige gom oplevert.
|71| Deze zelfſtandigheid en de melk van de Koe zullen misſchien,in uwe handen, een nieuw licht verſpreiden over een zo be-langryke ſtoffe, in opzicht der Phyſiologie.
Het ſchyſje van den Pindarus is de gedroogde melk van eenPindariſchen boom, dat een natuurlyk blank vernis is. Menbeſtrykt met deze melk, wanneer zy versch is, vaſen enz.Zy droogt ſpoedig, en is een zeer fraai vernis; ongelukkigwordt het geel, wanneer men het in grote hoeveelheid droogten zodanig is zy, welke ik u zende. De aarde der Otomaquen ... die natie, zo lelyk door debeſchilderingen, die haar lichamen misvormen, eet, wanneerde Oronoque zeer hoog is, en wanneer men daar geen ſchild-padden meer vindt, ſtaande byna drie maanden, niets andersdan leemachtige aarde. Men vindt ’er lieden, die tot een eneen half pond aarde daagsch eten. Men heeft ’er Monnikken,die voorgewend hebben, dat zy de aarde vermengd hebbenmet het vet van den ſtaart van den Krokodil, maar, dit iszeer valsch. Wy hebben by de Otomaquen voorraad van zui-vere aarde gevonden, die zy eten; zy bereiden dezelve op ge-ne andere wyze, dan door dezelve even op te bakken, en tebevochtigen. Het ſcheen my zeer vreemd, dat men ſterk konzyn, en een en een half pond van deze aarde eten, naar-dien wy zien, welk ene nadelige uitwerking de aarde by dekinderen voortbrengt. Ondertusſchen myne eige proeven opde aardſoorten, en derzelver eigenſchappen, door de lucht tedecomponeren, wanneer zy bevochtigd zyn, deden my be-ſpeuren, dat zy voedzaam konden zyn, dat is te zeggen,door verwantſchap werken. Ik voeg, om dat het my in de handen valt, hier by, voorhet Muſeum, de Snuifdoos van dezelfde Otomaquen, en hethemd van ene naburige natie, Pireoas geheten. Deze ſnuif-doos is, gelyk gy ziet, niet van de kleinſte ſoort. Het is eenſchaal, waar op men een mengſel van geraspte en gerottevrucht van een Mimoſa ſtrooit, met zout en levendige kalk.De Otomaque houdt de ſchaal in de ene hand, en in de ande-re de buis, waar van twee pypen in zyne neusgaten gaan, omzo deze prikkelende ſnuif in te ademen. Dit werktuig is vanbelang voor de Historie: het wordt niet gevonden dan by deOtomaquen en de Omeguas, waar la Condamine het zag bytwee Natien, die thans 200 mylen van elkander afzyn. hetbewyst, dat de Oméguas, die, volgens ene oude overlevering,van Guaviare gekomen zyn, misſchien van de Otomaquen af-ſtammen, en dat de Stad Manoa gezien is van Philip vanVure, tusſchen Meta en Guaviare. Deze dingen zyn be-langryk, om te weten, waar de Fabel van Dorado van daankomt. Het hemd, dat een myner bedienden langen tyd ge-dragen heeft, is de bast van een boom Morima, dien men ge-heel niet behoeft te bereiden. Gy ziet dus, dat de hemden,in dit land, aan de bomen groeijen; zodanig is het geſteld |72| digt by Dorado, waar ik gene mineralen gezien heb, dantalk en een weinig titanium. Het is onmogelyk geweest het in orde ſchikken van de za-den en de planten der zwarte Rivier, die wy ſchikken voorde Burgers Thouin, Jusſieu en Desfontaines, die my nietgeheel zullen vergeten hebben, te volbrengen. Wy hebbenzeer zeldzame dingen; b. v. nieuwe ſoorten van de befaria, nieuwe geſlachten van palmen: dit alles zal binnen kort ver-trekken, en zyt verzekerd, dat wy de belangen van het Mu-ſeum niet uit het oog verliezen. Helaas! Kaptein Baudin isvertrokken, en wy zyn hier! Dit valt wel ſmartlyk en droe-vig. Misſchien zullen wy hem in de Zuidzee vinden. Ik verzoek u myn aandenken by de achtingwaardige ledenvan het Nationaal Inſtituut levendig te houden. Myne groete-nis aan de BB. Bertholet, Chaptal, Vauquelin, Guyton, Jusſieu, Desfontaines, Halley, Delambre, Laplace, Cu-vier ... In den brief, dien ik aan den Burger Delambre geſchreven heb, heb ik een Eclips vergeten, die ik u verzoekhem mede te delen. De Immerſie van de IIIde Sat. den 4 Oct. 1800. te Cuma,ten 16 uren 59′ 36″ gemiddelden tyd. PS. Herhaal by het Bureau des Longitudes myne verzoe-ken, om de Connaisſance des temps. Ik betreur den doodvan den Generaal Deſaix, die my zo genegen was. Welkverlies voor de Republiek en de gehele Menschheid! ——