Digitale Ausgabe

Download
TEI-XML (Ansicht)
Text (Ansicht)
Text normalisiert (Ansicht)
Ansicht
Textgröße
Originalzeilenfall ein/aus
Zeichen original/normiert
Zitierempfehlung

Alexander von Humboldt: „Over verscheidene onderwerpen van Natuurlyke Historie en Scheikunde“, in: ders., Sämtliche Schriften digital, herausgegeben von Oliver Lubrich und Thomas Nehrlich, Universität Bern 2021. URL: <https://humboldt.unibe.ch/text/1800-Sur_plusieurs_objets-3-neu> [abgerufen am 22.06.2024].

URL und Versionierung
Permalink:
https://humboldt.unibe.ch/text/1800-Sur_plusieurs_objets-3-neu
Die Versionsgeschichte zu diesem Text finden Sie auf github.
Titel Over verscheidene onderwerpen van Natuurlyke Historie en Scheikunde
Jahr 1800
Ort Haarlem
Nachweis
in: Nieuwe Algemene Konst- en Letter-Bode 14:353 (3. Oktober 1800), S. 107–109.
Sprache Niederländisch
Typografischer Befund Antiqua (mit lang-s); Spaltensatz; Auszeichnung: Kursivierung; Fußnoten mit Asterisken.
Identifikation
Textnummer Druckausgabe: II.6
Dateiname: 1800-Sur_plusieurs_objets-3-neu
Statistiken
Seitenanzahl: 3
Spaltenanzahl: 6
Zeichenanzahl: 11890

Weitere Fassungen
Sur plusieurs objets d’histoire naturelle et de chimie (Paris, 1800, Französisch)
Humboldt’s travels through Spanish America (London, 1800, Englisch)
Over verscheidene onderwerpen van Natuurlyke Historie en Scheikunde (Haarlem, 1800, Niederländisch)
Ueber einige Gegenstände der Chemie und der Naturgeschichte des südlichen Amerika’s (Helmstedt, 1800, Deutsch)
Aus einem Briefe an Fourcroy (Halle, 1801, Deutsch)
|107| |Spaltenumbruch|

BRIEF van den heer ALEXANDER von HUMBOLDT, aan den burger FOURCROY, Over verſcheidene onderwerpen van NatuurlykeHistorie en Scheikunde.

Burger!

De gele koorts, welke deze haven van Zuid-Ame-rika verwoest, noodzaakt ons ’er een zo kort verblyfte houden, dat ik maar ter loops de gelegenheid kanwaarnemen, om u deze letteren te doen toekomen,en u midden uit de verzengde luchtſtreek te betui-gen, hoe veel agting ik heb voor u en voor uwe be-roemde amptgenoten, van welke ik, gedurende mynlaatſte verblyf te Parys, een zo vleijend onthaal ge-noten heb. Sedert myn vertrek van Saint Croix op Teneriffe (alwaar ik in den crater van den volcaan bennedergedaalt, terwyl de dampkringslucht 0,8° R. warmwas, en 0,19 zuurſtof bevatte) heb ik u twemaal ge- |Spaltenumbruch| ſchreven. Ik heb aan de Burgets Delanibre en laLande een uittrekzel myner Sterrekundige waarnemin-gen gezonden; dit behelst belangryke lengtens, enewaarneming der Zoneclips van den 6 Brumaire (28Octob. 1799); immerſien van ſatelliten, en naſporin-gen over de ſterkte van het licht der zuidelyke Ster-ren, door middel van middenſchotten afgemeten. Ikheb aan het Nationaal Inſtituut ene Scheikundige Ver-handeling over het lichten der Zee — over een by-zonder gaz, ’t welk de vrucht der Coffea Arabica (*),wanneer men die aan de Zon blootſtelt, oplevert; overenen ſneeuwwitten veldſpath, die, nat gemaakt, al dezuurſtof des dampkrings opflorpt; over het melkagtigſap der Cecropia peltata en Euphorbia Curasſavica (welke proeven ten vervolge uwer ſchone Verhande-ling over het caoutchouc, en die van onzen vriend Chaptal dienen) — en over de lucht, welke in deplanten omloopt, gezonden ...... De Zeeſchuimery,welke ook de kusten dezer ſchone gewesten onveiligmaakt, doet my vrezen, dat een gedeelte dezer brie-ven niet in Europa zal gekomen zyn; hoewel ik nueens over Guadeloupe, dan eens over Spanje, geſchre-ven heb. Dezen brief geef ik aan een AmerikaanschVaartuig mede, dat over 2 dagen naar Boston ver-trekt, en, hoewel die u dus niet dan over Hamburg kan geworden, zal hy misſchien even daar door min-der gevaar lopen van verloren te gaan. Men ſchryfthier gewoonlyk iederen brief 4 of 5 maal af; maarhoe zal men hier toe, myn vriend, den tyd vinden,wanneer men zo veel waar te nemen, in orde te bren-gen en te berekenen heeft? Ik bepaal my derhalven om u te melden, dat ik byaanhoudenheid zo welvarende als mogelyk ben, en datmy de inwoners dezer landen met beleefdheden over-laden; dat de vergunningen en aanbevelingen van deSpaanſche Regering my alle bedenkelyk gemak aan-brengen, tot het in het werk ſtellen van voor de We-tenſchappen belangryke naſporingen; dat geen mynerwerktuigen, zelfs de teerſte (gelyk Barometers, Ther-mometers, Hygrometers, inclinatie-Compasſen van Borda ) beſchadigt of ontſtelt is, en dat ik, middenin de zendingen der Chaymas Indianen, in de geberg-tens van Tourmiriquiri, myn Laboratorium zo wel inorde gehad heb, als of ik my midden in Parys be-vond. Myn reisgenoot, de Burger Bonpland, Kwe-keling van den Kruidtuin (Jardin des plantes) wordt
(*) De verſche kers der koffy laat, na 36 uren, enegeoxydeerde gazvormige koolſtof houdende waterſtof (carbu-re d’hydrogène oxydè et gazeux) los, welke, door hetwater opgeſlorpt, aan het zelve enen alcohol ſmaak geeft.
|108| |Spaltenumbruch| my van dag tot dag van meer dienst. By zeer gè-gronde kundigheden in Botanie en Natuurlyke Histo-rie, voegt hy enen onvermoeiden yver. Eens hoop ikhem aan zyn vaderland weder te geven, als een ge-leerde, die waardig is de publieke aandagt tot zichte trekken. Nimmer heeft een vreemdeling zo veelvryheid gehad, als my de Koning van Spanje heefttoegeſtaan. Reeds dit denkbeeld alleen konde ons aan-zetten, om onze werkzaamheid te verdubbelen. In de7 maanden, welke wy in dit ſchone waerelddeel door-bragten, hebben wy (de dubbelden mede gerekend)by de 4000 planten gedroogt, meer dan 800 beſchry-vingen van nieuwe of weinig bekende ſoorten vervaar-digd (vooral hebben wy nieuwe geſlagten van Pal-men, nieuwe cryptogamien, befaria’s en melastoma’s)inſekten en conchylien verzameld; vele tekeningenover de ontleedkunde der Zee-wormen vervaardigd;vele waarnemingen over magnétismus, electriciteit, devogtigheid, de warmte, de hoeveelheid zuurſtof vanden dampkring, gedaan; de gehele hoge bergketen,welke zich tot aan de kust van Paria uitſtrekt, afge-meten, en derzelver volcanen, die aangeſtokene ont-vlambare lucht, zwavel en zwavel-waterſtof houdendwater (de l’eau hydroſulfureuſe) uitbraken, onderzogt.Wy hebben zeer vele zaden verzameld, en zullen de-zelve binnen 3 decaden naar Europa, naar den Kruid-tuin, afzenden. Wy hebben 5 maanden in het bin-nenſte van nieuw Andaluſien en op de kusten van Pa-ria doorgebragt, alwaar wy in Brumaire (November)zeer ſterke Aardbevingen ondervonden hebben. Eengedeelte dezer landen wordt nog door wilde Indianenbewoond, en andere zyn eerst ſedert 5 of 6 jaren be-ſchaafd. Hoe zal ik u de heerlykheid dezer groeijen-de ſchepping; bosſchen, die uit Ceiba, Hura en Hy-menea beſtaan, en waar in men nimmer de ſtralen derZon gewaar wordt, afſchetſen? Hoe de verſcheiden-heid der dieren, de ſchone pluimaſie der vogelen, deApen, de Tygers, het verſchriklyk aanzien der Cro-codillen (Kaymans), waar van de rivieren krielen, endie meer dan 30 voeten lang zyn?.... Van Cumana zyn wy naar Caracias gegaan en daar gedurende Fri-maire en Nivoſe (Decemb. en January) gebleven: de-ze aangename hoofdſtad, gelegen in ene valei 426 toi-ſes hoog, geniet op de breette van 10° 31′ de koel-te, men kan zeggen de koude, van Parys. Van daarhebben wy den top van de beroemde Silla de Carac-cos, of Sierra de Avila, beklommen, alwaar wy opde hoogte van 1316 toiſes ſchone cryſtallen van tita-nium ontdekt hebben. Behalven deze prismata vantitanium, heb ik Dendriten gevonden, die na de bruin-ſteen dendriten geleken, en uit titanium oxyde beſtaan.
Van hier gaan wy door Varina en de met ſneeuw |Spaltenumbruch| bedekte bergen van Merida naar de watervallen vande Rio Nigro en de onbekende waereld van den Ore-noco, om door Guiana naar Cumana te rug te keren.Van waar wy naar Havana en Mexico vertrekken zul-len. Gy ziet, myn waardige vriend! dat het ons tenminſten niet aan moed ontbreekt. Mogten myne zwak-ke pogingen nuttig zyn voor de wetenſchappen, diewy beminnen, en welke gy en de Vauquelin’s, de Guyton’s, de Chaptal’s, de Berthollet’s met zo veelnieuwe ontdekkingen verrykt! Ik vlei my, dat gyallen my nog niet geheel vergeten zult hebben, endeze hoop troost my voor myne moeite. Byaldien hetNationaal Inſtituut de Verhandelingen, die ik het zel-ve gezonden heb, nog niet ontfangen heeft, verzoekik u my de vriendſchap te bewyzen, van my aan hetaandenken dezer luisterryke Societeit aan te bevelen:groet vooral, behalven de Vauquelin’s, Chaptal’s en Guyton’s, ten vriendelykſten de Burgers Jusſieu, Des-fontaines, Cuvier, Adet Robiquet ...... De Burger Sieyes heeft mynen Broeder en my veel vriendſchapbewezen: hy heeft verzogt, dat ik hem ſchryven zou-de, denkende naar Egypten te vertrekken. Ik hebhem onlangs enen brief toegezonden. Zoude ik u mo-gen verzoeken, om dezen Direkteur, indien gy hemzelfs niet ſpreekt, door enen zyner vrienden te doenweten, dat ik leef, dat ik een weinig werk, en dat,indien het ontwerp ener reis rondom de waereld eensopgevat wordt, ik altoos bereid ben om myne gerin-ge kundigheden, doch werkzamen yver, aan te bieden. Wy zullen zorg dragen de zaden, welke wy voorden Kruidtuin, te Parys, verzameld hebben, aan hetMuſeum en aan Sir Joſeph Banks te adresſeren; ge-lyk wy met den Burger Jusſieu aſgeſproken zyn. Eerst ſedert weinige dagen, vernemen wy hier, dat Bonaparte, Berthollet en Monge, in Frankryk te ruggekomen zyn; dat de Armée van het Oosten altoosblyft overwinnen. —— Oordeel zelve hoe veel blyd-ſchap ons deze tydingen veroorzaakt hebben. Gedu-rende vier maanden zwanger gaande met het plan, ommy naar Egypte te begeven, ſtel ik nog zeer veelbelang in deze verovering. Wy gaan van Acapulca naar de Philippynſche Eilanden. Indien men eindelykvrede maakte; indien wy over Basſora, Jaffa, Mar-ſeille konden te rug keren ..... Zie daar dromen,maar zy zyn zo aangenaam ..... Ik heb veel ver-pligting aan het huis van Berthollet. De Burgeresſe B. heeſt te Parys, de Zoon te Montpellier (het is juisteen jaar geleden, dat ik daar een zeer aangenamentyd by onzen vriend Chaptal doorbragt) veel goedheidvoor my gehad; wat ſpyt het my, dat ik den Vaderniet zien kan. Wat beklaag ik het lot van onzen on-gelukkigen Dolomieu, wegens zyne gevangenſchap op |109| |Spaltenumbruch| Sicilien. Indien hy tot zyne vrienden te rug keert,groet hem dan van mynentwegen, en deel hem devolgende waarneming mede. Het is meer dan 3 jarengeleden, dat ik aan hem en Lametherie gezegt heb,dat ’er in de oorſpronglyke bergen van Italie, Frank-ryk, Zwitſerland, Duitschland, Polen, (thans voeg ik’er ook Spanje by) een parallellismus van richtingheerscht tusſchen de lagen der gebladerde graniten,leijen, glimmeragtige ſchisten, leyachtige koornſte-nen .. .. dat deze lager naar het noordwesten hellen(tombent) en dat derzelver rigting met de As van denaardkloot enen hoek van 45,57° maakt; dat deze hel-ling en rigting geenzints van de rigting of gedaanteder bergen afhangt; dat zy geenzints door de valeijenveranderd wordt, maar dat zy ene oneindig grotereen meer algemene oorzaak aanduidt, dat zy betrek-king heeft op een verſchynſel van aantrekking, welkeby het vast worden van den Aardkloot gewerkt heeſt.Daar ik in het grootſte gedeelte van Europa te voetmet Sextanten en Compasſen gereisd heb, bezit ikzeer uitvoerige waarnemingen omtrent dit onderwerp.Myn handſchrift over de rigting en identiteit der bed-dingen of over de zamenſtelling van den Aardkloot,is in de handen van mynen broeder. Ik heb ’er ſe-dert 1791 aan gewerkt, maar het moet niet in hetlicht komen, voor dat ik meer landen gezien heb.Tot myne grote verwondering heb ik in de Cordille-re van Paria, van Nieuw Andaluſien, Nieuw Barcelo-na en Venezuela waargenomen, dat in de nieuwe wae-reld, digt by den evenaar, de beddingen dezelfdewetten, het zelfde parallellismus, volgen. Gy herinnert u de laatſte fraaie waarnemingen vanden Burger Coulomb, over de lucht, welke met ont-ploffing uit de ſtammen der bomen losbarst, wanneermen dezelve doorboort. Ik heb hier proeven gedaanop de cluſea roſea, in welke, in het binnenſte derluchtvaten van Hedwig (vaisſeaus pneumato-chimiféres) vaſa cochleata van Malpighi, ene onmetelyke hoeveel-heid lucht omloopt. Deze lucht bevat tot \( \frac{35}{100} \) zuur-ſtof. De bladeren van den zelfden boom, aan de Zononder water blootgeſteld, geven geen teerlingſchenmillemeter lucht. Deze lucht, welke dus omloopt,diend hier zeker (gelyk in het dierlyk ligchaam) omdoor opſlorping der zuurſtof het vezelagtig gedeelte tecoäguleren. De cluſea is ene melkgevende plant en’er vormt zich een veerkragtig lym in. Hoewel de zuiverheid der lucht hier, vooral desnagts, boven 0,305 zuurſtof klimt, heb ik egter ge-vonden, dat de lucht, welke in de boontjes en zaad-doosjes, der linie-planten, by voorbeeld der paulli-nia, bevat is, meer ſtikſtof houdt, dan onze damp-kringslucht. Die lucht bevat zelden meer dan 0,24 of0,25 zuurſtof. De lucht in de culmi geniculati bevat |Spaltenumbruch| hier maar 0,15 zuurſtof. Dit alles bewyst, dat delucht, die ontloopt, zuiverder is, en dat de lucht, diein rust en in de zaaddoosjes of utriculi bevat is, min-der zuiver is dan de dampkringslucht. De eerſtewordt versch voortgebragt door de werktuigen, wel-ke het water ontleden: zy gaat daar, waar zy doorharen overvloed aan zuurſtof dienen moet, om hetvezelagtig beginzel (la fibrine) te precipiteren, teneinde dus het vezelagtig weefzel te vormen: de an-dere is het overſchot van een gaz, ’t welk reeds totdeze oogmerken gediend heeft.